4 december 2017

Uit het familiealbum

Opa was een zwijgzaam man. Hij werkte in Rotterdam op de melkfabriek in onregelmatige diensten. Altijd ging hij erheen op de fiets. Ik herinner mij dat ik bij oma en opa logeerde, ik deed dat wel vaker in de schoolvakanties.

Het was oudejaarsavond. Opa zou om acht uur thuis zijn. De woonkamer zat vol. De ooms en tantes, mijn vader en moeder, mijn nicht en mijn broer en zus waren er. De koffiekopjes had mijn moeder al weggeruimd. Het werd negen uur, maar opa verscheen niet.
Oma mopperde.
Waar blijft die man en hij had er toch al lang kunnen zijn.
Het werd later en nog steeds geen opa.
Oma werd bozer en bozer.
Pas tegen elf uur hoorden we gestommel in de gang. Daar was hij eindelijk. Opa liep meteen naar de keuken en zette zich zonder een

woord aan de keukentafel. Oma riep hem met schelle stem een berg verwijten toe. Dat hij de visite maar liet wachten, dat het geen pas had op oudejaarsavond zo te treuzelen, dat hij haar in de steek had gelaten en nog veel meer dingen die ik al lang vergeten ben. Tijdens haar tirade, toen ze net even ademhaalde om nog meer bozigheid over opa uit te storten, zag ze op zijn schedel aan de linkerkant een enorme pleister. De woordenbrij stopte abrupt.

Wat is dát daar.
Opa gaf geen antwoord maar nam een hap van een oliebol.
Nou?
Opa volhardde in zijn zwijgen en kauwde langzaam door.
Man! Wat heb je daar?
Eindelijk was zijn mond leeg.
Van een melkbus.
Hoezo, van een melkbus.
Het bleef weer een tijdje stil. Toen zei hij:
Lieten ze uit hun jatten vallen. Op mijn kop.
Moest naar het ziekenhuis.
Het lukte oma niet haar verwijtende toon te laten varen, als ze het al probeerde.
Waar-om-moest-jij-naar-het-ziekenhuis? Staccato, met op elke lettergreep een klemtoon.
Doodkalm en achteloos antwoordde opa:
O, een hersenschudding en achttien hechtingen.
Zijn hand gebaarde afwerend. De kous was voor hem daarmee af.
Nu was het oma die abrupt zweeg. Oma, die nooit om woorden verlegen zat.

Ik stond ernaast en keek naar opa’s hoofd. Probeerde me voor te stellen hoe het gat er onder die immense pleister eruit zag.
Opa. Doet het erg pijn?
Nee hoor, niet erg.
Vrouw, geef eens een aspirientje.
Later kwam opa bij de visite zitten, in zijn rookstoel.
Oma moest het verhaal vertellen.
Opa zei niets, pakte in plaats daarvan een appelflap van de schaal.
Zo was opa.

Geen opmerkingen: